Projecten

Den Helder, april 2013

Marjorie Slooff beeldende kunst Den Helder de rode loper
2013-1

Speciaal voor “De Halve van Den Helder” maakt ik op Fort Westoever een groot landartproject. Titel van het project is “de rode loper” , en het bestaat uit 5 metalen staanders geplaatst op de munitieduinen achter het fort. Eroverheen 3 meter brede stof, maar liefst 120 meter lang. De contouren van de heuvels uitvergroot, prachtig zichtbaar van af de weg en het water. Voordat ik met het plan begon omschreef ik het wer als een ode aan de wind en de lopers van de wandelmanifestatie “De Halve van Den Helder” . Ook wist ik dat het een waagstuk was omdat het wel eens zo zou kunnen zijn dat de wind sterker is als het doek.

Met alle zorgvuldigheid het ik nagedacht over constructies om de stof mee te zekeren en uiteindelijk bedacht ik houten klemmen. Deze werden met rubbers en palen in de grond bevestigd. Watervaste houtlijm borgde het geheel. De metalen staanders heb ik met foam bedekt om de stof tegen schuren te beschermen. Toen ik met hulp opbouwde was het windstil en mistig. Dat ging goed! De loper zag er prachtig uit en de fotograaf van de krant maakte een prachtige foto.

Later op de dag stak de wind op en zorgde de regen voor wat extra gewicht op het doek. Het enige boutje dat niet was aangedraaid omdat het in de aarde was geslagen samen met de paal begaf het en daar ging de hoogste staander om. Er kwam een reddingsaktie en dat was nodig ook. De volgende dag stond de loper in de zon te pronken en alle wandelaars hebben ervan genoten. Op zondag hebben we de loper neergehaald omdat deze toch echt niet bestand bleek tegen de felle wind.

Een geweldig project, gerealiseerd met veel hulp, wat een ruimte en mogelijkheden in Den Helder!

IMG_2058bew

De gemeenschap beeldend kunstenaars Gelderland koos het ontwerp dat ik samen maakte met Merel Holleboom uit voor deelname aan de Fietsroute waarin alle kunstorganisatie van Arnhem zich presenteerden.

Cumulus activus

Het GBK staat voor Gelderse kunstenaars, een flexibel expobeleid, zonder vaste locatie, gericht op collectieve en individuele belangen van de leden.
We bouwen een wilde wolk op wielen, gestationeerd ergens langs de route, die langzaam voortbeweegt in de richting van het eindpunt.
Daarnaast gaan we regelen dat met fietsroute men een deeltje van de wolk krijgen die ze kunnen inruilen voor iets anders bij het rijdende gbk object
De fietsers worden hierdoor extra uitgenodigd om naar de GBK wolk te komen en haar een nieuwe kleur te geven..

tek gbk

IMG_1960

Firing Objects

Verslag kleiperiode Frateur, Boom Belgie
Juni t/m sept. 2010

boom_07

Persbericht NKvB (pdf, Acrobat nodig? arrow right download hier)
Firing Objects (pdf, Acrobat nodig? arrow right download hier)

Een oude steenfabriek, met grote ringoven, lange overdekte drooggangen en daarnaast nog een groot aantal al dan niet gerestaureerde gebouwen, was in juni een week lang het werkterrein van 9 leden van de Nederlandse kring van beeldhouwers. Klei kwam van de steenfabriek verderop, gemengd met lompen en graniet, en dat kon je ruiken!

Tijdens de voorbespreking presenteerde iedereen zijn (wilde) plannen. Groot en monumentaal werk ging er gemaakt worden.

En ter plekke gebakken in ovens aangepast aan het beeld.

Voor mij als minder ervaren keramist en experimenteel beeldhouwer was het mooi om te zien dat er ook met klei zoveel meer mogelijk is als ik had gedacht. Het hele project stond bol van experiment en reageren op omstandigheden en omgeving.

Mijn project bestond uit het afvormen van een 8-tal mallen die tezamen 2 grote organische bulbs vormen. Deze bladachtige vormen heb ik afgedrukt en geperforeerd zodat ik ze later weer –met betonijzer- aan elkaar kan maken. Het afvormen, gelijkmatig laten drogen en lossen waren deel van het proces, waar ik achteraf gezien meer op had willen ingrijpen.

Technisch gezien waren de omstandigheden ideaal, er was een windje , het was warm, soms droogde de klei zelfs te snel.

Nadat de vormen in de klampoven een aantal weken gedroogd waren volgde de stookfase.

Omdat mijn werk bestond uit een groot aantal losse delen heb ik een echte oven gebouwd met schoorsteen en stookgang. De bedoeling was dat de vlammen vrij langs het werk konden spelen en we alleen op hout konden stoken.

Het was een feest om te zien dat de schoorsteen geweldig trok en het dak van de oven, dat gemaakt was van klei en stro helemaal begon te dampen.

Omdat we het werk niet helemaal goed geplaatst hadden konden de vlammen niet goed langs het werk trekken en bleef de temperatuur van de oven na 6 uur stoken nog steeds hangen op 200 gr. We wilden langzaam opstoken maar dit was nu ook weer niet de bedoeling!

Nadat we de oven opengemaakt hadden en een deel van het werk eruit gehaald werd alles anders. De temperatuur steeg snel tot 5 a 600 graden en bleef toen weer hangen.

Na 10 uur hard werken besloten we met gas bij te stoken en dat ging goed. Helaas weigerde de pyrometer dus het is niet bekend welke eindtemperatuur we bereikt hebben.

Maar aan de kleur en gloed van het werk te zien moet dat toch wel rond de 800 graden geweest zijn. In totaal heb ik 14 uur gestookt.

De volgende keer bouwen we de oven anders zodat het makkelijker is om het werk helemaal en gelijkmatig te verhitten.

Bij het uitpakken van de oven bleek dat het werk er goed uitzag, alles nog heel was en in kleur prachtig geschakeerd van licht terra tot zwart.

Nadat het werk een week buiten had gelegen bleek dat er toch stukken waren die niet volledig doorbakken waren. Ook sprongen er van de grote vormen nog wat scherven af. Jammer.

Voor mij was dit keer niet het eindresultaat maar het hele proces het belangrijkst. Geweldig om te doen!

Opmerkingen: Het buiten stoken in een zelfgebouwde oven blijkt een moeilijk stuurbaar proces waarbij, zelfs als je ervaren keramist bent, veel factoren onvoorspelbaar blijken.

Het is voor de volgende keer belangrijk om meer kennis in huis te hebben zoals die over houtsoorten, lang hout, luchtstromen in de oven en isolatie aan de buitenkant.

Voor herhaling vatbaar.
Marjorie Slooff

boom_01

boom_02

boom_03

boom_04

boom_06

boom_05

Telpost Millingen -sektor oo5-

Tijdens mijn verblijf in de Telpost in Millingen heb ik mij letterlijk en figuurlijk in de rivier gestort. Uitgangspunt en inspiratie was de onderstroom, de beweging die je niet of nauwelijks waarneemt en die zoveel impact heeft op wat er gebeurt. Die onderstroom is er in de rivier maar ook in het hoofd van de mens. Van polyesther dat ik kocht bij de Millingse scheepswerf maakte ik twee drijvende vleugels. In het polyesther verwerkte ik wortels uit die ik uit het zand van het strand bij de Telpost trok. Die wortels zoeken immers ook hun weg naar de diepte.
De vleugels werden verankerd in de bodem van de rivier en draaiden steeds mee met de in en uitgaande stroom van het water in de baai bij de Telpost. Omdat het nogal koud was en winderig was dit best een spannende en natte onderneming.
Toen het werk na de eerste nacht het werk nog heel was werd ik erg blij en dacht dat het daarmee klaar was.
Maar ik rekende niet op de krachten van de rivier. De volgende dag veranderde de wind van richting en trof ik de ankers van ijzer verbogen en kapot aan. Een deel van het werk was weg, op weg naar Rotterdam…
Zo maakte de rivier mij duidelijk wie er de sterkste is, de natuur of de mens.

2010akt4

2010-akt1

koffer-1

Leven uit een waterkamer.

Een reis door de Alblasserwaard.

Merel Holleboom en Marjorie Slooff, beeldend kunstenaars.

Afgelopen juli 2008 reisden wij 4 dagen door de polder, op de fiets, met
een groot object achter ons aan. Het staat op 4 hoge poten, heeft een
rieten dak en 4 zijden die elk een ander aspect hebben. Zo is er een
deur die geopend helemaal uitklapbaar blijkt. Er is een zijde met 4
laatjes, oud en afgeleefd, en een met een soort raam maar dan dubbel
zodat er spullen in kunnen.

Het is onze versie van een waterkamer, ofwel opkamer zoals je die
vindt in de monumentale boerderijen in de polder.
Met dit huisje achter ons aan trokken wij langzaam en wiebelend,
over de smalle wegen langs de Graafstroom.
Voor auto’s moesten we aan de kant. Dat was een heel gedoe want
een van ons steunde de kamer tijdens het fietsen om de zijwaartse
wiebelbewegingen op te vangen. Dat moest wel omdat de kamer
meteen de eerste dag bij een bocht omviel.

Doel van onze reis was verhalen verzamelen, gewone verhalen over
het leven in de polder en het leven in de waterkamer.
We verzamelden ook voorwerpen om de verhalen mee te illustreren.
Op vriendelijk doch dwingend advies van Merel verzamel ik niets
dat kan schimmelen of rotten. Maar de platgereden kikker pulkt ze
toch voor me van de weg!

Voorafgaand aan de reis hebben we contact gelegd met onder andere
de historische vereniging de Binnenwaard en kregen zo de
mogelijkheid om bij verschillende boerderijen op bezoek te gaan.

Van het een kwam het ander en zo zijn we op bezoek geweest bij de
openbare basisschool, de smid, het café, bij de boerderij waar ze net
aan het rietdekken waren, bij de grootse verbouwing van de
monumentale boerderij richting Ottoland.
Ook bij de boerderij met de 3 ingemetselde stenen mochten we een

We raakten onder de indruk van de manier waarop de mensen
vroeger in de polder leefden met het water en de natuur. Wij kunnen
ons bijna niet voorstellen dat men accepteerde dat het water kwam en
ging en leefritme en bezigheden beïnvloedde. We zijn nu immers
wel iets anders gewend.
Kwam het water hoog, dan leefden ze hoog, en legden hun boot vast
aan het oog bij de deur van de waterkamer.
Het water bleef soms maanden staan.

Bijna alles kwam uit de omgeving, wilgen bijvoorbeeld die de
slootkanten markeren en versterken leveren veevoer bij hoog water,
de twijgen zijn voor wanden, tuinafscherming en ook brandhout
kwam er vandaan.
Het riet lag op de daken, de wanden van de hooischuur waren van
hout waar het lekker langs kon waaien en ook de bodem van de
schuur was open. Takken op de balken, en stro aangestampt in de
jaren vormden de vloer.
Daarop kwam het nieuwe stro en omdat het tochtte ging het niet
rotten.

We gingen op bezoek bij boerderij Gijbeland en werden verrast door
alle functionele onderdelen van de boerderij zoals de constructie van
balken zodat de muren gewoon weggeslagen kunnen worden door
het water.

Voor onze versie van de waterkamer gingen wij uit van eenzelfde
principe en zo zijn de dingen vaak vanzelfsprekend en logisch zodat
je niet begrijpt waarom we het soms zo ingewikkeld maken.
Dat geldt ook voor de schilpadtegels waarvan het motief de
roetaanslag minder laat opvallen en het sjieke tegelrandje onder aan
de muur van de waterkamer dat ervoor zorgt dat de muur niet vies
wordt van het poetsen.

Wij reisden rond met onze waterkamer en hadden heel veel
toevallige ontmoetingen. Gewoon met mensen die ons aanspraken en
die nieuwsgierig waren naar het hoge object achter de fiets en
eigelijk altijd wel hun verhaal aan ons kwijt wilden.

Omdat we langzaam gingen zagen we alles; ooievaarskoppels op het
dak, volledig gerobotiseerde grasmaaiers, doodstil bewegend. Veel
boerderijen lintvormig langs de prachtige vaarten. Het mooist vinden
we het kroos, de huid van planten en lelies die op de vaarten en
sloten drijft en leeft. De kleur ervan varieert van rood naar bruin en
groen kan ook nog.

De verhalen die we hebben verzameld zijn hiernaast te lezen.

Met dank aan iedereen die ons zijn verhaal vertelde.

koffer-7

koffer-6

koffer-5

koffer-4

koffer-3